Spreekwoorden met trefwoord ‘bak’


Hij schaft aan bak nul.

Hij krijgt altijd de rotklussen.


De poes op de bak zetten.

Naar het toilet gaan om te urineren.


Zij gaan als zwijnen aan de bak.

Zij eten zonder te bidden.


Niet aan de bak komen.

Geen werk kunnen krijgen.


Iemand een bak leveren.

Iemand voor het lapje houden.




Meer weten over adverteren?