Spreekwoorden met trefwoord ‘daad’


De wil voor de daad nemen.

Accepteren dat hij van goede wil was hoewel het volledig mislukt is.


Iemand met raad en daad bijstaan.

Iemand aktief helpen met adviesen (raad) en ook op andere wijze (daad).


Raad na daad komt te laat.

Als het onheil al is geschied heb je niet veel meer aan wijze raad achteraf.


Een man van de daad zijn.

Iemand zijn die meteen doet wat hij zich voorneemt.


Een lepel vol daad Is beter dan een schepel vol raad.

Je hebt meer aan mensen die je daadwerkelijk helpen dan aan mensen die alleen maar


Je moet de daad bij het woord voegen.

Wat je zegt moet je ook meteen doen.


Een daad stellen.

Tot aktie overgaan.




Meer weten over adverteren?