Spreekwoorden met trefwoord ‘dagen’


Hij is zat van dagen.

Hij is oud.


In de dagen van Olim.

Heel lang geleden.


Als de dagen lengen begint de winter te strengen.

Aan het einde van het jaar wordt het koud.


Zijn dagen zijn geteld.

Hij zal binnenkort doodgaan.


Die alle dagen viert vraagt naar de zondag niet.

Als je alsmaar plezier maakt kun je niet meer echt genieten als er een feest is.


Op alle dagen lopen.

Hoogzwanger zijn.


Het jaar heeft veel dagen en nog meer maaltijden.

Om iedere dag te eten te hebben kun je beter zuinig zijn.




Meer weten over adverteren?