Hij is zat van dagen.
Hij is oud.
Hij is oud.
Heel lang geleden.
Aan het einde van het jaar wordt het koud.
Hij zal binnenkort doodgaan.
Als je alsmaar plezier maakt kun je niet meer echt genieten als er een feest is.
Hoogzwanger zijn.
Om iedere dag te eten te hebben kun je beter zuinig zijn.