Spreekwoorden met trefwoord ‘jagen’


Iemand een zwijn in het ijs jagen.

Iemand een rotstreek leveren.


Vissers en jagers zijn vrouwenplagers.

Mannen die jagen en vissen zorgen vaak niet goed voor hun huisgezin.


Iemand de stuipen op het lijf jagen.

Iemand hevig laten schrikken.


Iemand op stang jagen.

Iemand treiteren.


Iemand in zijn kot jagen.

Iemand tot stilte manen.


Iemand op kosten jagen.

Iemand onnodige uitgaven laten doen.


Iemand op de kast jagen.

Iemand boos maken.


Over de kling jagen.

De dood injagen.




Meer weten over adverteren?