Spreekwoorden met trefwoord ‘kaars’


Zij is schoon bij de kaars.

Op een afstand of bij slecht licht ziet ze er nog goed uit.


Hij laat zijn kaars aan twee kanten branden.

Hij spendeert onnodig veel geld.


In de kaars vliegen.

Er aan gaan.


Om de kaars vliegen.

Zich onnodig aan risico blootstellen.




Meer weten over adverteren?