Spreekwoorden met trefwoord ‘kaart’


Dat is een doorgestoken kaart.

Dat is een vooropgestelde valstrik.


Hij is van de kaart.

Hij is (door een schokkende gebeurtenis) helemaal in de war geraakt.


Iemand in de kaart kijken.

door hebben wat iemand van plan is.


Iemand in de kaart spelen.

Precies doen wat iemand wil.


Hij kent de kaart van het land.

Hij is goed op de hoogte.


Met open kaart spelen.

Eerlijk zijn plannen vertellen.


De gekken krijgen de kaart.

De dwazen hebben geluk.




Meer weten over adverteren?