Spreekwoorden met trefwoord ‘maag’


Dat ligt hem als een steen op de maag.

Dat is voor hem een groot probleem waarvoor hij geen oplossing weet.


Iemand iets in zijn maag splitsen.

Iemand met iets vervelends opzadelen.


Dat ligt hem zwaar op de maag.

Dat grijpt hem aan.


Mijn maag jeukt.

Ik heb honger.


Mijn maag rammelt.

Ik heb erge honger.


Een volle maag studeert niet graag.

Met een volle maag kun je minder goed denken.


Zijn maag [lijf] op de leest zetten.

Zich helemaal vol eten.


Honger maakt een grage maag.

Iemand die honger heeft eet alles.




Meer weten over adverteren?