Spreekwoorden met trefwoord ‘paal’


Voor paal [schut] staan.

Een slecht figuur slaan.


Hij is tegen de paal gelopen.

Hij is er niet zo goed vanaf gekomen.


Dat staat als een paal boven water.

Dat is absoluut zeker.


Paal en perk stellen.

Begrenzen van wat toegelaten wordt om (verder) misbruik te voorkomen.


Hij heeft de paal door de oven gewerkt.

Hij is bankroet gegaan.


Hij komt met de paal als het brood al in de oven is.

Hij komt niet op tijd.




Meer weten over adverteren?