Spreekwoorden met trefwoord ‘vaart’


Deze vaart moet gevaren zijn.

Dit moet gebeuren.


Hij vaart voor de grote mast.

Hij gehoorzaamt zijn bazen.


Hij vaart wel.

Het gaat hem goed.


Zo als het rijdt en vaart.

Zoals de situatie nu is.


Het zal zo’n vaart niet lopen.

Het zal niet zo erg worden als je nu denkt.


Dat zal zo’n vaart niet lopen.

Het zal wel meevallen.


Ergens vaart achter zetten.

Snel aktie ondernemen.


Hij vaart mee voor halve vracht.

Hij wordt niet voor vol aangezien.




Meer weten over adverteren?