Spreekwoorden met trefwoord ‘wagen’


Hij is daar het vijfde rad aan de wagen.

Hij is erbij maar is alleen maar tot last.


Het slechtste wiel van de wagen kraakt meest.

Domme mensen voeren vaak het hoogste woord.


De wagen gaat daar niet recht.

Het gaat daar niet helemaal goed.


Zich wagen in het hol van de leeuw.

Zich midden in de omgeving van de vijand bevinden.


Zijn wagen rolt over een zandweg.

Het gaat voorspoedig met hem.


De sprong wagen.

Met een riskante zaak beginnen.


Het spel is op de wagen.

Er is ruzie.


Dat was een rad uit zijn wagen.

Dat was een flinke tegenslag.




Meer weten over adverteren?