Spreekwoorden met trefwoord ‘zak’


Iets in zijn zak steken.

Iets onthouden.


Zak door de stront!

Iemand iets slechts toewensen.


Dat is zak naar zaad.

Dat is goedkoop gekocht.


Onder in de zak vindt men de rekening.

De problemen komen altijd pas als je bijna klaar bent.


Menige zak wordt toegebonden die niet vol is.

Veel mensen hebben niet veel te eten.


Iemand in de zak hebben.

Iemand door hebben.


Dat sluit als een haspel in een zak.

Dat heeft er niets mee te maken.


Een zak zout met iemand gegeten hebben.

Erg lang met iemand zijn omgegaan.




Meer weten over adverteren?