Spreekwoorden met trefwoord Brood

35 spreekwoorden gevonden
Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien. In nood moet je wel eens dingen doen die anders te duur zijn.
Daar lusten de honden geen brood van. Dat is al te erg.
Dat eet geen brood. Dat kost weinig onderhoud.
Dat is een broodje aap. Dat is een verzonnen verhaal dat voor waar wordt aangenomen.
Dat is een profeet die brood eet. Met hem hoef je geen rekening te houden.
De een zijn dood is de ander zijn brood. Als het iemand slecht gaat is er altijd wel iemand anders die daarvan profiteert.
De kunst gaat om brood. Een kunstenaar verdient meestal niet zoveel.
De mens zal bij brood alleen niet leven. Een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.
De raven zullen je geen brood brengen. Je zult moeten werken voor de kost.
Die geen wit brood en heeft gedoe met bruin. Je moet tevreden zijn met wat je kunt krijgen.
Een goede ziel weet van stenen brood te maken. In het leven moet je tevreden zijn met wat je hebt.
Eerst lokkebrood dan stokkebrood. Een vrouw valt in het huwelijk vaak tegen.
Handen in de schoot dat geeft geen brood. Je zult moeten werken voor de kost.
Het brood der dienstbaarheid eten. Afhankelijk zijn van uw meester.
Het is een slechte hond die zijn brood pakken laat. Je moet voor jezelf opkomen.
Hij heeft brood op de plank. Hij heeft een voldoende inkomen.
Hij is zo mager als brood. Hij is heel erg mager.
Hij komt met de paal als het brood al in de oven is. Hij komt niet op tijd.
Hij moet droog brood eten. Hij moet met weinig rondkomen.
Iemand het brood uit de mond stoten. Iemand werkloos maken.
Iemand stenen voor brood geven. Geen medelijden tonen met iemand die in erge nood verkeert.
Kinderen houden het brood uit de schimmel. Kinderen eten meer dan je denkt.
Klagers geen nood pochers geen brood. Mensen overdrijven vaak om niet te laten merken hoe het in werkelijkheid met ze gaat.
Kruimels is ook brood. Je moet ook de kleine dingen waarderen.
Lang vasten is geen brood sparen. Als je iets uitstelt hoeft dat nog niet te betekenen dat het niet meer gebeurt.
Lekker brood is gaar maar niet verbrand. Hard gekreten gauw vergeten.
Ongegund brood wordt veel gegeten. Men gunt een ander zijn succes niet.
Overal wordt brood gebakken. Ook elders kun je goed leven.
Pochers geen brood klagers geen nood. Mensen die veel klagen hebben het vaak zo slecht nog niet.
Trouw heeft brood als ontrouw is in nood. Je weet pas of iemands je trouw is als de nood aan de man is.
Twee zuivels op één brood geeft hongersdood. Je moet geen boter en kaas tegelijk op je brood doen.
Vasten is geen brood sparen. Als je spaart en het daarna weer opmaakt heb je nog niets gespaard.
Werp uw brood uit op water. Ook al worden uw giften niet altijd 100% goed besteed blijf geven.
Wiens brood men eet diens woord men spreekt. Je staat aan de kant van degene die jou onderhoudt.
Zoete broodjes bakken. Aardig zijn tegen iemand die iets fout doet om de lieve vrede te bewaren.