Spreekwoorden met trefwoord ‘jan’


Met Sint Jan slaat de eerste maaier an.

Op Sint-Jan (24 juni) kan er gemaaid worden.


Iets naar Ome Jan brengen.

Iets naar de pandjesbaas brengen.


Daar is ouwe Jan en jonge Jan.

Daar allerlei rommel.


Wat Jantje is zal Jan worden.

De aard van een kind zal op latere leeftijd meestal niet meer veranderen.


Hij is boven Jan.

Hij heeft de problemen opgelost.


Mettertijd komt Jan in de broek en Griet in de rokken.

Met wat geduld zal alles goed komen.


Zo komt Jan Splinter door de winter.

Zo moeten de arme mensen de winter zien te overleven.




Meer weten over adverteren?